In het ‘Wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten’ is een wijziging van de Natuurschoonwet 1928 opgenomen. Ter voorkoming van misbruik van de landgoedvrijstelling voor de successiebelastingen wordt voorgesteld een bezitstermijn van één jaar voorafgaande aan de schenking resp. het overlijden op te nemen. In het artikel gaan de auteurs op deze wijziging in.
De Staatssecretaris stelt voor om in het eerste lid van art. 7 NSW 1928 een ‘premature bezitstermijn’ van één jaar in te stellen.
Met betrekking tot de voorgestelde maatregel komt de vraag op of deze afdoende is om dit soort oneigenlijk gebruik tegen te gaan en/of deze maatregel het geëigende middel is in plaats van andere middelen die veel minder bezwarend uitwerken.
Naar onze mening is dit niet het geval. De termijn is veel te kort om oneigenlijk gebruik te voorkomen zowel in geval van een schenking als van een overlijden. Bij de huidige (maar ook in hetzelfde wetsvoorstel voorgestelde) bedrijfsopvolgingsfaciliteit bedraagt deze premature bezitstermijn in geval van een schenking 5 jaren.



Wij zijn mede gespecialiseerd in het landgoederen- regime. Kijkt u daarvoor op onze speciale website
Regelmatig publiceren wij artikelen in landelijke vakbladen 